Maastricht Festival IndeMaak 2010
De negen afstuderende regisseurs van 2010
Arne Beack (1985)
In het theater ben ik op zoek naar hoe ik elke ochtend na een 'goei jat' koffie de deur uit ga. En met de eerste stap die ik zet begint voor mij het theater. Ik ben op zoek naar hoe ik mij kinderlijk kan blijven verbazen over de dagelijkse rituelen van een als maar doordraaiende wereld. Als theatermaker is het mijn taak om te verbazen en te vertellen. Kom naar mijn voorstelling en laten we de discussie aangaan.
In het festival te zien met de voorstelling Et Voila
Catoke Kramer (1985)
In het theater ben ik op zoek naar een moment van samenzijn. Op een plek. Met mensen en dingen. Samen het licht zien. Samen verwonderen. Samen zwijgen. Hier en nu. Ik wil eenvoud. Ik wil momenten vangen. Ik wil verleden en heden. Hier en nu. Het ondraaglijke draaglijk maken en andersom. Zien, horen en voelen. Verwarring zaaien. Het geloven in. Het lijf. De ruimte. Het doen en laten van ons mensen. Een blik in de ogen. Een kippenvel moment.
In het festival te zien met de voorstelling De mogelijkheid van een afscheid
Eefje Suijkerbuijk (1987)
In het theater ben ik op zoek naar oprechtheid. Dat is een groot thema in mijn werk. Die drang naar oprechtheid komt voort uit de onvrede en angst die ik voel ten opzichte van de overtrokken maatschappelijke hang naar perfectie, schoonheid, prestatie en manipulatie. Ik bewonder de personages in mijn stukken: hun eindeloze doorzettingsvermogen en hun (al dan niet bewuste) eigen manier van zich tot dingen verhouden, bezorgt mij persoonlijk het schaamrood op de kaken. Zij vechten altijd, al staan ze met hun rug tegen de muur. Hun eigenheid, dapperheid en overgave ontroert mij. Ik mis dat bij mezelf, om me heen, in mijn generatie, in onze tijdsgeest. Ik heb een sterke voorkeur voor de antiheld omdat ik daarin de menselijke onhandigheid en onvolmaaktheid terug vind. Die zwakheden zijn tevens zijn schoonheid, omdat het hem tot een oprecht wezen maakt; verbonden met de bron van het bestaan. Ik werk het liefst vanuit een licht-absurdistische en humoristische stijl, omdat het lichtheid aan het geheel meegeeft en het pijnlijke nog schrijnender kan maken.
In het festival te zien met de voorstelling Johnny Solo
Esther Schouten (1984)
In het theater ben ik op zoek naar een lach. Een ordinaire schaterlach, een glimlach van herkenning, een onverwachte lach van verrassing maar bovenal een lach met een pijnlijke mondhoek. Omdat er achter die lach van alles schuil gaat. De lach als masker. Ik ben op zoek naar dromen, voor jong en oud. Dromen die in het theater uitkomen. Eindelijk een keer vol overgave de tango dansen, iemand een klap verkopen, over een tafel vol eten kruipen of vluchten in een boomhut. Ik bekijk de wereld graag vanaf de zonnige kant, maar eens in de tijd is een wolkje onontkoombaar.
In het festival te zien met de voorstelling Door mij springen mensen van een flat
Grietje Evenwel (1987)
In het theater ben ik op zoek naar een vorm van theater die de ratio voorbijstreeft.
Rauw, ritmisch, surrealistisch.
Over de diepste gevoelens en driften van de mens.
Over lust, destructiedrang, the will to survive.
De underground van het leven,
en de strijd van het individu.
Ik wil een ontmoeting met een ruimte, een sfeer, een staat van zijn.
Op plaatsen die er altijd al waren, maar nu pas worden gezien.
Ik wil een tegenwicht bieden aan de wereld die wij kennen.
In het festival te zien met de voorstelling NoMansLand
Gwendalyne van Erp
In mijn theater wil ik een emotionele toestand oproepen bij de toeschouwer. Theater vanuit de mens, voor de mens. Minimalistische theater waar detail en intuitie belangrijk is. Esthetiek combineren met extreme gevoelens en emoties. Het aandachtige kijken. Waarnemen waarbij het hele lichaam zich openstelt voor beeld, klank of andere fysieke impulsen. Kijken met je lijf.
In het festival te zien met de voorstelling Urge
Hanne Vandersteene (1988)
In het theater ben ik op zoek naar wat het lichaam communiceert. Ik hanteer een fysieke speelstijl waarbij de lichaamstaal sterk wordt gestileerd en uitvergroot. Zo maakt ik inzichtelijk dat mensen soms andere dingen zeggen dan ze uiteindelijk doen.In mijn stukken gaat het niet over wat er gebeurt, maar over hoe iets heeft kunnen gebeuren. De personages bevinden zich in een situatie waarin ze geconfronteerd worden met de gevolgen van hun daden. Ze zijn elkaar onderweg verloren en vechten de hele voorstelling lang om elkaar terug te vinden. Ik wil begrijpelijk theater maken; doorzichtig en inzichtelijk.
In het festival te zien met de voorstelling After all
Jeek ten Velden (1982)
Ik ben in mijn werk op zoek naar grote thema's en een engagement met de onderklasse. Ik werk in het hier-en-nu en probeer op ironische en humoristische wijze de rauwheid en de lelijkheid, maar ook de twijfel en het geploeter van de mens te laten zien. Ik zoek in mijn voorstellingen naar de uitvergroting, het groteske, zowel in vorm als inhoudelijk.
In het festival te zien met de voorstelling Ik.
Mahlu Mertens (1987)
In het theater ben ik op zoek naar de onhandigheid van mensen. Ik wil theater maken over hoe personages omgaan met de mensen van wie ze houden. Het onvermogen om sorry te zeggen. Over trots. En niet kwetsbaar durven zijn. Over verantwoordelijkheid nemen en de angst daarin gefaald te hebben. Over het zoeken naar goedkeuring. De personages kunnen zich nooit verstoppen en ze kunnen niet weg. Ze hebben enkel zichzelf en elkaar en een onweerstaanbare drang om hun verhaal te vertellen aan het publiek. Het beeld is kaal en gestileerd. Haar taal is po‘tisch, ritmisch en beeldend.